door Michiel FoestStel dat Tinelou oog in oog zou komen te staan met een alien, een E.T. Dan zou ze voor de zekerheid wel meteen een foto maken.

Om daarna direct proberen contact te krijgen en het waarschijnlijk hooglijk verbaasde buitenaardse wezen het hemd van het lijf vragen: ‘Wat zijn je belangrijke punten? Welk element kun je als laatste weg halen om nog te functioneren?’ Die oer-interesse voor alles wat op haar pad komt vormt de basis van haar werk.

Of dat nu bij technische apparaten of bij mensen is: bij een kerosine-opslagbedrijf op Schiphol, op een opening in een Amsterdamse galerie , in een IT- bedrijf in Haarlem, in opdracht van een Nederlandse architect op een bouwplaats in Beijing of bij uitvaartfotografie, waar zij ook mee verder wil gaan; altijd wil ze er eerst alles-maar-dan-ook -alles van weten, om zo tot een goed beeld te kunnen komen. ‘Dit glas is rood, heeft dat een functie of is dat alleen maar voor de leuk?’

Zo vond ze het ook fascinerend om voor de opdracht voor het kerosine-opslagbedrijf AFS, op de banen van Schiphol rondgereden te worden, door een semi-douane heen en onder vliegtuigvleugels door. ‘Het is daar een hele stad met verkeerspleinen, rotondes en van alles. En dan zie je ineens een neus van een vliegtuig ergens overheen vliegen . Als ik een klein stangetje op een vleugel zag, vroeg ik waar dat voor was. Het feit alleen al dat ik dat zag, zorgde voor contact met de mensen daar, omdat ik ook daar weer alles wilde weten. Ik kon er héérlijk werken, temidden van grote tanks en vliegtuigen. En ik vond het allemaal zo spannend dat ik vaak vroeg: ‘Mag ik daar nog even in?’ Op een gegeven moment was de running gag, als ik weer een dag had gefotografeerd: ‘Je krijgt morgen de rekening.’ Het allerleukst is toch van te voren met mensen kunnen praten , nog net even kunnen vragen waarom dat ene schroefje daar nu zit.’

Eigenlijk is het fotograferen van techniek voor haar niet wezenlijk anders dan een opening van een tentoonstelling. Want ook daar gaat het Tinelou om : wie-is-wie, wat is het werk en waarom is het gemaakt? ‘Is iemand een sponsor of een genieter , een koper die doe-mij-maar-dat-en-dat koopt of een koper die gespaard heeft en nu eindelijk iets van die kunstenaar wil kopen en daar staat van: ‘O god, nu kan ik kiezen uit al die dingen. .’

Soms komt ze tijdens het fotograferen in een soort roes terecht: ‘Als ik van te voren goed geïnformeerd ben kan ik de trance toelaten, dan beheers ik het. Als je dicht bij je hart zit, niet meer aan het nadenken maar echt aan het vliegen bent, dan zijn er geen barrières meer en zorgt je systeem er vanzelf voor dat je het juiste standpunt inneemt.’

Het gaat er haar ook om de boodschap van de opdrachtgever naar de doelgroep over te brengen en zich in allebei te verdiepen.

Die behoefte om in haar werk intensief te communiceren, om alles te weten te komen over waar ze mee te maken krijgt, had ze al in de tijd dat ze theatervormgeving deed. Pas als ze precies wist wat de essentie van een tekst en de bedoeling van de regisseur was en wat er dan met de acteur gebeurde, kon ze het beeld gaan maken.

Tinelou is erg gefascineerd door mensen in gevaarlijke beroepen en omstandigheden en zou dan ook heel graag in een oorlogsgebied willen fotograferen:

‘Ik kan me nog niet in de vuurlinies storten, want dat vinden mijn kinderen niet goed. Ik word altijd geraakt door mensen die zich in een heel dwingende realiteit bevinden, dat geldt ook voor iemand die bezig is met hoog explosieve kerosine of een bedelaar in Beijing.. Het surviven boeit me. Nu zou ik militairen in een oorlogsgebied willen volgen. Ik zou daar willen kijken hoe die mensen ontbijten, hun bed opmaken met in het achterhoofd de situatie waar ze in zitten. Als ze daar patience aan het spelen zijn is dat toch een ander soort patience dan dat jouw buurvrouw aan het spelen is…’

Als Tinelou zo enthousiast, gedreven met haar werk bezig is, is ze weer een beetje dat kleine meisje dat in de donkere kamer van haar vader op ontdekkingsreis ging:

‘Mijn vader had een hele grote grot onder ons huis, de kelder en dat was echt een heerlijke speeltuin, met een kolenhok erbij- in mijn herinnering was dat twintig meter diep – waar hij enorme bakken had staan. Als hij dan boven bezig was, ben ik er wel eens in het donker gaan kijken. Op een keer had ik een fantastische ontdekking gedaan : het fotogram. Ik ontdekte het zelf en was wel een beetje teleurgesteld toen bleek dat anderen dat ook al hadden ontdekt. Maar voor mij was dat even een fijn moment: ‘O, als je iets op het fotopapier legt dan houd je het licht tegen. Dan kun je dus een afbeelding maken.’

 

Door: Aloys Ginjaar